22-05-2010
Intense emoties in de partnerrelatie


Intense emoties in de partnerrelatie, een ervaring van Zijn

Uit ervaring in het begeleiden van paren merken wij dat in die relatie de diepste angsten en verlangens wakker worden en dat daar intense emoties mee gemoeid zijn. De partnerrelatie blijkt één van de lastigste levensgebieden, zoniet de meest lastige, om onze spirit te leven. In de relatie komt de incompetentie van de gestagneerde delen van het ‘zelf’ het meest pregnant aan het licht. Daarom is de relatie ook te beschouwen als de plek waar het beste onderzocht kan worden hoe dat ‘zelf’ weer tot leven kan komen.

In ieder geval vinden wij zelf onze relatie een dierbare en interessante plek om dat te ontdekken.Telkens weer moeten we concluderen dat er een diepe drijfveer is die ons bindt en die maakt dat de moeilijkheden niet omzeild kunnen en ook niet hoeven te worden. Het niet omzeilen van de moeilijkheden blijkt juist de aanzet om het gestagneerde’zelf’ in beweging te zetten; een noodzakelijke voorwaarde om het Pad verder te kunnen gaan.

De Emotionally Focused Couples Therapy (EFT) van Susan Johnson benoemt deze drijfveer als hechtingsbehoefte. Zij stelt dat de behoefte aan veilige hechting de oorsprong is van de heftige emoties die er vaak in partnerrelaties spelen. Toen we deze visie en werkwijze gingen begrijpen en beoefenen bleek dit direct een positieve invloed te hebben op onze eigen relatie. We ervaren nu meer vertrouwen en intimiteit in onze relatie. Wij vinden dat de werkwijze van EFT goed aansluit bij de Zijnsgeoriënteerde manier van werken. Dit motiveert ons om EFT hier in dit artikel verder toe te lichten.

 

 

Inleiding

Als we alle passages die gaan over intieme relaties weg zouden laten uit de wereld literatuur zouden we weinig te lezen over houden. Relaties raken ons emotioneel en zeker de relatie met onze intieme partner met wie we ons diep verbonden hebben. De essentie van relatieproblemen is het overweldigd raken door negatieve emoties waarbij we gevangen raken in te nauwe en beperkte interactie patronen (S.Johnson, 2004). Als we verstrikt raken in deze relatiepatronen denken we misschien dat een andere partner de oplossing zou zijn.

Onze ouders, broers en zussen en onze kinderen kunnen we niet inruilen voor anderen, maar onze partner hebben we (meestal) zelf gekozen. Juist deze keuzemogelijkheid roept vaak de vraag op of we niet de verkeerde partner hebben gekozen. Al te vaak blijkt echter dat mensen in nieuwe relaties weer dezelfde oude problemen tegen komen. Of zoals een cliënt eens tegen zijn begeleider zei:”Dit is nu al mijn derde langdurige relatie waar ik ditzelfde probleem weer tegen kom. Ik kom er langzamerhand niet meer onderuit te bekennen dat dit wel iets met mij te maken moet hebben en niet met deze partner!”

 

Waarom willen we toch zo graag een intieme partner relatie? De vele relatiebureaus en datingsites zijn een duidelijk bewijs van dit verlangen. Wij kennen weinig mensen die bewust lijken te kiezen om hun hele leven alleen door te brengen. We constateren dat de mens zich kennelijk  in liefde wil verbinden. Juist dit willen verbinden roept vaak stress op. Het beheersbaar willen houden van deze stress creëert reacties die de negatieve interactiepatronen veroorzaken en versterken. Ondanks dat we deze patronen door en door kennen en dat we ze steeds weer ervaren als iets dat we helemaal niet willen, blijken we er toch steeds weer in terecht te komen. Het zijn interactiepatronen die door hun reactieve en defensieve aard de optredende negatieve emoties versterken, daarmee hun eigen vicieuze cirkel creërend. Vanuit de behoefte aan liefde hebben veel intieme relaties een modus vivendi gevonden om de relatie ‘goed’ te houden, bijvoorbeeld door op de een of andere manier het in relatie zijn te beperken tot die aspecten waarbij de heftige emotionele triggers niet optreden. De psyche is hierbij creatief  in het vinden van relatieve oplossingen. Enerzijds is dit een belangrijke competentie, anderzijds is de prijs die hiervoor wordt betaald hoog. Dit proces leidt namelijk nooit echt tot de verbinding met elkaar die we graag zouden willen. Meestal zijn partners er zich wel min of meer van bewust dat het beter kan, maar niet iedereen kan en wil de moed opbrengen om hier wat aan te doen. Relatiebegeleiding dient paren te helpen om de verbinding in liefde weer met elkaar te kunnen gaan ervaren.Vanuit onze eigen passie om deze begeleiding zo goed mogelijk te laten verlopen, beschrijven we in dit artikel de essentie van Emotionally Focused Couple Therapy (afgekort:EFT) van Susan Johnson (2004), en hoe die ons insziens ondersteunend kan werken binnen de Zijnsgeoriënteerde werkwijze.

 

We beschrijven kort de Zijnsgeoriënteerde visie op relatie en welke begeleidingsmethode daaruit voortvloeit. Vervolgens beschrijven we de relatievisie van S. Johnson en de daarbij behorende methode van relatiebegeleiding. We beschrijven daarvoor eerst kort de hechtingstheorie omdat die binnen EFT een zeer belangrijke plaats inneemt. Daarna beschrijven we hoe wij  EFT integreren in onze Zijnsgeoriënteerde aanpak.

 

Zijnsgeoriënteerde visie op relatie

Het recent uitgekomen boek “De Tempel van Relatie” (Knibbe 2008) geeft een helder overzicht over de Zijnsgeoriënteerde visie op relatie en hoe deze te begeleiden.

 

Hans Knibbe ( Knibbe,2008) stelt op blz. 25:

“Typerend voor het Zijnsgeoriënteerde werk is het voortdurende appèl om tevoorschijn te komen in relatie. Het werk is niet psychologisch, in die zin dat we geen overmatige aandacht schenken aan alle psychologische bewegingen, gevoelens, scripts en trauma’s”.

En even verder:

“Vanuit Zijnsgeoriënteerd gezichtspunt is de heelheid al volkomen en onverbeterbaar aanwezig, in elk moment. Deze heelheid is dus geen kwaliteit die te vinden is binnen het terrein van de psyche, maar is aanwezig in de totaliteit van de situatie. De heelheid overstijgt de splitsing tussen binnen en buiten. Het Zijnsgeoriënteerde werk begint met de uitnodiging om de oriëntatie op de ik-kramp los te laten. We hebben geen uitgebreid onderzoekswerk van de ik-kramp nodig om ons te kunnen openen naar de vrije ruimte - we laten dit bewust achterwege. We beschouwen het onderzoek van de ik-kramp, als doel op zich, als een vorm van weerstand: navelstaren is een weigering om in relatie te zijn.”

 

Dit citaat wil niet zeggen dat het werken met de Psyche een taboe is binnen de Zijnsorientatie. Echter er wordt uitsluitend mee gewerkt vanuit een hoger perspectief.

 

Het blijkt in het werken met paren dat met de juiste Zijnsgeoriënteerde inducties, zoals bijvoorbeeld de visualisatie van de tempel van relatie, beide partners in staat zijn om contact te maken met die heelheid die al volkomen en onverbeterbaar aanwezig is. Zowel het zelf als de partner worden herkend in hun Zijnsaard. In deze herkenning weten ze hoe zij de relatie vanuit hun Zijnskwaliteiten vorm willen geven.

 

Waarom lukt het  mensen die Zijnsgeoriëntatie beoefenen dan vaak toch zo weinig om deze Zijnsaard in de intieme relatie echt te leven en uit destructieve interacties te blijven?   Een mogelijk antwoord hierop wordt gegeven in het artikel van Iene van Ooyen, opgenomen als hoofdstuk 7 in het boek van Hans Knibbe (2008). Aangezien wij ervan uit gaan dat de lezer de Zijnsgeoriënteerde theorie voldoende kent herhalen wij hier alleen de hoofdlijn van haar redenering (Knibbe, 2008):

 

Op die gebieden waarop het kind onvoldoende gespiegeld is door de ouders ontstaat de neurotische splitsing die zich uit in een teruggetrokken en een strategisch zelf. Op die gebieden is er geen volwassen zelf dat ervan uitgaat dat het om van te houden is en dat de ander er voor hem zal zijn als dat nodig is. Dit pseudo-zelf kunnen we meestal wel redelijk buiten beeld houden maar is altijd sluimerend op de achtergrond aanwezig. Binnen de partnerrelatie ontstaat door de intieme verbinding die wederzijds aangegaan wordt, de hoop dat we eindelijk wel geliefd zullen worden op die gebieden. Tegelijkertijd met dit verlangen ontwaakt ook de angst dat we uiteindelijk toch niet om van te houden zijn en dat de ander toch niet te vertrouwen zal zijn. Om hiermee te dealen zal het strategisch zelf de afhankelijkheid in de relatie ontkennen en zal het teruggetrokken zelf met zijn kindverlangens onbewust ondergebracht worden bij de partner. Deze zal daar, ook weer onbewust, voor gaan zorgen. Hier ontstaat een soort ‘kind-ouder’ relatie. De relatie verliest hierdoor zijn glans en daarbij dooft de seksuele aantrekkingskracht .

Iene van Ooijen zegt hierover:

“Binnen de relatie zullen de partners ‘boven tafel’ competente volwassenen zijn (die we immers ook zijn), in afwisseling met de quasi-zelfstandige volwassene die het strategisch zelf aanneemt. Tegelijkertijd sturen de partners ‘onder tafel’ het gekwetste kind naar de overkant, naar de ander.”

Belangrijk is het om te realiseren dat dit alles onbewust gebeurt en wordt gestuurd door onderliggende angst. Deze angst wordt afgeweerd met gedrag dat neerkomt op vechten, vluchten, of voegen. Dit gedrag is reflexmatig (we lijken er niet voor gekozen te hebben), dwingend (we kunnen het niet stoppen) en heeft de heftige lading van ‘of jij gaat eraan of ik ga eraan’. Om deze reden leidt dit gedrag vaak tot rigide telkens terugkerende negatieve patronen in de relatie. Op deze gebieden ontbreekt het stuurvermogen (van een werkelijk volwassen zelf) om dit te doorbreken. Dit patroon is frustrerend en kost beide partners veel energie.

 

Zijnsgeoriënteerde begeleidingswijze (Knibbe,2008) :

In de Zijnsgeoriënteerde begeleiding staat optiek verhoging voorop. We kunnen de vrije aard van ons zelf en onze partner alleen ervaren als we de ‘Tempel van Relatie’ binnengaan. Het is dan ook ontroerend voor beide partners om elkaar in de visualisatie van de Tempel van relatie in schoonheid en vrijheid te ontmoeten. Ze kunnen de liefde naar elkaar dan weer voelen stromen en ervaren dat de ‘relatie’ in feite als een belangrijke derde aanwezig is. De ontmoeting in de tempel van relatie is niet alleen mooi, maar vormt ook de beste grondslag om te kijken naar de moeilijkheden en frustraties in de relatie. Daarin wordt pijnlijk duidelijk waarin we niet echt tot leven gekomen zijn in onze relatie.

Een Zijnsgeoriënteerde methode om dit te onderzoeken is de visualisatie van ‘Het kind naar de overkant sturen’ . In deze visualisatie zie je jezelf in de tempel van relatie als kind op een projectiescherm. Je ziet welke kindverlangens jij onbewust bij je partner onderbrengt en hoe deze daarop reageert. En andersom zie je hoe je partner dat bij jou doet. Met deze kennis kunnen de partners inzicht in de negatieve interactiepatronen verkrijgen.

De uitdaging is dan om te kijken op welke manier ze om kunnen gaan met datgene wat blootgelegd is. Een belangrijke methode die hierbij gebruikt kan worden is de visualisatie van de Zijnsouders. In deze visualisatie krijgen we in beeld welke spiegeling we vroeger gemist hebben en hoe hier de noden en behoeften van het kind deels ontstaan zijn. Tegelijkertijd gaan we daarmee ook zien dat onze huidige behoeften kinderlijke behoeften zijn. Door de visualisatie van de begripvolle, niet oordelende Zijnsouders gaan we zien en begrijpen waarom we doen zoals we doen in het negatieve interactiepatroon. We gaan zien dat we op die gebieden vanuit onbewuste kinderlijke behoeften op elkaar reageren.

Door op deze wijze helderheid te verkrijgen over onszelf (met de herinnering dat we in de tempel van relatie zijn) en de quasi zelfstandigheid achter ons te laten, krijgen we zicht op deze onderliggende tere verlangens die voor het eerst in het licht van de partnerrelatie komen te staan. Door deze ook uit te gaan spreken naar onze partner gaan ze meezingen in de dans van de relatie. Wat eerst op een vervormde, onbewuste en kinderlijke wijze aanwezig was, kan nu werkelijk ervaren worden en zich uitvouwen in de relatie. Dan spreken we van volwassen afhankelijkheid in plaats van kinderlijke afhankelijkheid.

Door vervolgens in de tempel van relatie de existentiële waarheid naar elkaar uit te spreken :”Ik ben jouw man en jij bent mijn vrouw”  1) vallen we uit het (kinderlijke) verhaal van de psyche. Het (volwassen)‘vrouw zijn van’ en het ‘man zijn van’ wordt nu vorm gegeven vanuit Zijn. Dit vormt een frisse bedding, waarin we kunnen ontdekken hoe we onze betrokkenheid, onze behoeften en ook onze afhankelijkheid vorm willen geven in de relatie.

 

Hechtingstheorie van Bowlby

Omdat in de visie van EFT de hechtingstheorie een centrale plaats inneemt als verklaring voor de liefde tussen volwassenen willen we deze hier kort toelichten.

De hechtingstheorie van Bowlby (Bowlby, 1988 ) benadrukt het verband tussen de vroegere hechtingservaringen tussen ouders en kinderen en het vermogen van het individu om zich op volwassen leeftijd emotioneel te binden aan anderen en langdurige intieme relaties aan te gaan. Hij stelt dat alle betekenisvolle interacties met belangrijke anderen op volwassen leeftijd verband houden met basisaannames over het zelf en over de beschikbaarheid en veiligheid van die anderen. Hoe onveiliger en problematischer de vroegere hechtingsrelaties geweest zijn, hoe moeilijker het zal zijn om stressbestendige en stabiele relaties in het latere leven aan te gaan. Veilige hechting is echter geen eigenschap van het individu zelf, maar van de relatie tussen het individu en een ander. Daardoor is het mogelijk om alsnog een veilige hechting te leren ervaren in relatie (met bijvoorbeeld de begeleider of de partner). 2)

Uitgangspunt van de hechtingstheorie is dat alle menselijke wezens een aangeboren instinct hebben om zich verbonden te willen weten met een belangrijke hechtingsfiguur. Evolutionair is dit een noodzakelijk verschijnsel omdat mensenkinderen na hun geboorte nu eenmaal gedurende een zeer lange tijd door volwassenen verzorgd moeten worden om te kunnen overleven. Dit overlevingsinstinct met de bijbehorende fysiologie creëert een sterk gevoel van onbehagen in ons organisme als we die verbinding onvoldoende ervaren. Dit onbehagen gaat gepaard met heftige emoties. Deze emoties spelen een centrale rol in ons dagelijks leven, ze laten namelijk weten of iets veilig is of niet. Emoties geven dus een beeld van ons gevoel van veiligheid en hebben daarbij als doel om een reactie in ons te bewerkstelligen die de veiligheid weer herstelt. Voor het organisme is het ervaren van veilige hechting een zaak op leven en dood en daarom zijn de bijbehorende reacties zeer sterk. Een goede spiegeling van de ouder werkt als emotie regulatie: het kind voelt zich gezien en de stress wordt minder. Daar waar kinderen onvoldoende veilig gehecht zijn, worden de emoties zo bedreigend en overspoelend dat ze niet meer hanteerbaar zijn. Kinderen ontwikkelen hier chronisch overlevingsgedrag, dat er op gericht is de relatie zo goed als dat gaat te waarborgen. Er is dus altijd sprake van hechting, afhankelijk van de relatie zal deze veilig of onveilig zijn

 

Op basis van onderzoeken over gehechtheidrelaties beschreef Mary Ainsworth (Bowlby, 2007) de volgende gehechtheidcategorieën:

 

Veilige hechting

Deze ontstaat als de ouders het kind voldoende spiegelen, waardoor er bij het kind een innerlijk model ontstaat van de ander als zijnde veilig en betrouwbaar en van het zelf als competent en ‘om van te houden’.

Een voorbeeld van veilige hechting 3):

Het kind is tijdelijk sterk verstoord als de moeder weg gaat. Dan gaat het verder met zijn spel en als de moeder weer terug komt kan het opgelucht met open armen naar de moeder rennen om weer getroost en bevestigd te worden. Doordat het kind voorheen goed genoeg gespiegeld is heeft het een veilig beeld ontwikkeld van moeder. Dat beeld is door het kind geïnternaliseerd waardoor het niet overheerst zal worden door heftige hechtingsangst als de moeder even niet beschikbaar is.

 

Onveilige hechting

Deze ontstaat als ouders het kind niet  goed genoeg kunnen spiegelen. Zij zijn bijvoorbeeld zelf minder goed in staat hun eigen affecten te reguleren en raken zelf ontregeld bij een confrontatie met de emotie van hun kind. Er zijn drie categorieën van onveilige hechting.

hoog. Het kind voelt zich verlaten maar heeft ‘geaccepteerd’ dat het nu eenmaal zo is. Angstig ambivalent gehecht

Deze ontstaat als het oudergedrag onvoorspelbaar is: soms is er zorg en soms niet. Door deze onzekerheid leeft het kind voortdurend met een sterke angst voor verlating, waardoor het kind zich overdreven gaat vastklampen aan de moeder.

Bij angstige ambivalente hechting zal het kind sterk verstoord blijven zolang de moeder weg is uit de kamer. Als de moeder terug komt, dan moet het meteen door de moeder getroost worden maar het zal vrijwel ontroostbaar zijn. Het is ook woedend op de moeder dat die hem dat aan heeft kunnen doen. De heftige hechtingsemoties hebben het kind hier totaal in hun macht en het lijkt dan ook voor het kind een strijd op leven en dood om de moeder bij zich te hebben en te houden.

Angstig vermijdend gehecht

Deze ontstaat als ouders hun eigen emoties en die van het kind negeren of als aanstellerij afdoen waardoor het kind zijn emoties teveel leert wegdrukken.

Hier zal het kind vrijwel onverstoorbaar doorspelen als de moeder de kamer verlaat en als de moeder terugkomt, blijft het ook gewoon doorspelen. Het lijkt wel of het niet meer zoveel uitmaakt of zij er is of niet. De hechtingsemoties lijken totaal uitgeblust. Uit zelfbescherming heeft het kind geleerd ze niet meer bewust te ervaren. Dat wil niet zeggen dat ze onbewust geen rol meer spelen. Het gemeten  stress niveau bij zo’n kind is namelijk wel hoog. Het kind voelt zich verlaten maar heeft ´geaccepteerd’ dat het nu eenmaal zo is.

Gedesorganiseerd gehecht

Dit is een combinatie van de twee hierboven genoemde categorieën. De moeder is de bron van de angstige gevoelens en tegelijkertijd de oplossing ervan. Dit komt bijvoorbeeld voor als het kind wordt mishandeld of misbruikt.

In het voorbeeld wil het kind naar de moeder toe rennen als ze terugkomt, maar stopt halverwege omdat het zich realiseert dat diezelfde moeder weggegaan is en daarmee de angst gecreëerd heeft. Het voelt zich tegelijkertijd aangetrokken en afgestoten tot de moeder.

 

In de verdere theoretische beschouwing wordt voor de overzichtelijkheid de laatste vorm van hechtingsgedrag niet verder genoemd, omdat met dit hechtingsgedrag veel minder vaak bestendige relaties aangegaan worden. Die partnerrelaties ontstaan wel, maar met zeer veel moeilijkheden en houden vaak minder lang stand. Als begeleider is het noodzakelijk dit soort relaties te herkennen en te beseffen dat er vaak trauma aan ten grondslag ligt. Zonder specifieke kennis op dit gebied is het beter om deze cliënten door te verwijzen.

 

Voortbouwend op de hechtingstheorie van Bowlby hebben latere wetenschappers onderzocht hoe het verband gelegd kan worden tussen bovengenoemde gehechtheidcategorieën bij kinderen en de door hen later ontwikkelde gehechtheidsstijl als volwassene.

De basis schema’s van zelf en ander die gebaseerd zijn op vroege hechtingservaringen worden opgeslagen in wat het ‘procedurele geheugen wordt genoemd. Het procedurele geheugen is onbewust en bevat de impliciete relationele kennis die zich gevormd heeft in de eerste levensjaren. Nog voor de ontwikkeling van de taal. Reacties in intieme relaties die sneller zijn dan het licht, komen vaak hier uit voort. Bij volwassenen is het mogelijk via het Gehechtheidsbiografisch Interview te onderzoeken hoe iemand de hechtingservaringen uit het verleden heeft gestructureerd, georganiseerd en bewaard. De hechtingscategoriëen bij kinderen en volwassenen vertonen grote overeenkomsten. De veilig gehecht volwassene kan goed reflecteren over zijn ervaringen en hechtingsfiguren uit het verleden, ook als deze negatief zijn.

Gepreoccupeerde volwassenen (overeenkomend met de angstig ambivalente kinderen) kunnen vaak juist moeilijk los komen van vroegere ervaringen en emoties. Zij zijn vaak wijdlopig en chaotisch in hun verhaal, en hyperalert op tekenen van goedkeuring of afwijzing.

De vermijdend gehechte volwassenen kunnen zich vaak weinig herinneren van hun vroegere ervaringen en bagatelliseren het belang van hechting en vroegere trauma’s. Zij redden het zelf wel.

De gedesoriënteerde volwassene vertoont heftige reacties, bewustzijnsveranderingen en bizarre emotionele uitingen als het gaat over vroegere verlieservaringen en trauma. Dit verwijst naar onverwerkt trauma.

 

EFT visie op relatie

S. Johnson ( 2004) gaat er in haar boek ‘Emotionally Focused Couple Therapy’( EFT) van uit dat het zoeken en onderhouden van contact met een belangrijke ander een aangeboren, primair motiverend principe is bij mensen gedurende hun hele leven en niet alleen in de kindertijd. Voor EFT  zijn hechting en de bijbehorende emoties het centrale gegeven in intieme relaties. Zij benoemt de hechtingstheorie dan ook als een theorie van de volwassen liefde. De angst voor isolatie en verlies is in elk menselijk hart aanwezig. Zodra we op de één of andere manier het gevoel hebben dat de gewenste veilige hechting met onze partner niet beschikbaar is zullen we daar vanuit onze hechtingsbehoefte emotioneel op reageren.

 

Emotie heeft een rijke betekenis; het geeft ons cruciale informatie over hoe de omgeving ons raakt, het vertelt ons wat we willen en nodig hebben en reguleert daarmee ons gedrag. Er worden geen beslissingen genomen zonder dat emoties daarbij betrokken zijn. De uitdrukking van emotie regelt ook de sociale interactie. Het tonen van verdriet roept bijvoorbeeld een helpende reactie op bij de ander.

Emotie is een adaptief systeem dat een reactiesysteem in werking zet dat in staat is snel iemands gedrag te organiseren ten behoeve van veiligheid, overleving en het vervuld krijgen van behoeften. Emoties worden hierbij gezien in termen van informatie verwerking met een bepaalde volgorde:

Bijvoorbeeld: Als je in het bos een lang donker iets ziet wat een slang zou kunnen zijn gebeurt het volgende:

1.      1ste inschatting: een snelle korte globale inschatting. Is er een kans dat dit gevaarlijk is? (Dit is een zeer primitief defensiesysteem dat zich in de hersens op Amygdala niveau afspeelt.)

2.      Fysiologische opwinding: actie van het organisme gereed maken. Adrenaline en snelle hartslag als er gevaar zou kunnen zijn.

3.      2de inschatting: meer totaal, cognitieve kennis meenemend ( Dit is een ontwikkelder systeem dat zich in de hersens op neo-cortex niveau afspeelt) Wat is het nu precies? Een stuk hout of een gevaarlijke slang?

4.      Dwingende actie neiging: In geval van de slang; hard wegrennen of bevriezen. In geval van het stuk hout; opgelucht adem halen

EFT gaat er vanuit dat er een bovenstaande gelaagdheid in de emoties zit. Eerst is er een primaire emotie die fysiologisch is en waar we vaak geen bewustzijn over hebben, daarna ontwikkelt zich een secundaire emotie. Deze secundaire emotie ontstaat  in een ontwikkelder gedeelte van onze hersenen en wij hebben daar ook meer bewustzijn over. Daardoor is deze emotie ook meer verbonden met ons zelfbeeld en onze historie.

Deze secundaire emotie speelt een belangrijke rol in ons gedrag in de betreffende situatie.

 

De visie van EFT is  dat elk mens op bepaalde gebieden in zijn jeugd onvoldoende gespiegeld is. Elk mens heeft daarom wel  kenmerken van angstige en/of vermijdende gehechtheid. Omdat hechting het definiërende principe van de partnerrelatie is zullen deze hechtingsstijlen  in de intimiteit van deze relatie zeker tot uitdrukking komen. Naarmate de partners minder veilig gehecht zijn zal dit gepaard gaan met heftiger emoties. Deze emoties leiden tot het zich herhalende negatieve interactiepatroon. Dit patroon maakt dat de partners de relatie als onveilig en onbevredigend ervaren en is vaak de aanleiding om begeleiding te zoeken.

 

EFT stelt dat tachtig tot negentig procent van de hetero relaties die in behandeling komen wordt gekenmerkt door het interactiepatroon van een partner die zich overwegend angstig gepreoccupeerd gehecht gedraagt met een partner die zich overwegend angstig vermijdend gehecht gedraagt. De angstig gepreoccupeerd gehechte partner eist dat de ander er voortdurend voor hem/haar is en de angstig vermijdend gehechte partner trekt zich terug. Een patroon dat zichzelf geheel automatisch versterkt en in stand houdt, immers ‘ik moet jou wel opeisen want je trekt je terug’ en ‘ik moet mij wel terugtrekken want je eist mij op’. Ook stelt EFT dat in verreweg de meeste relaties de vrouw de opeiser is en dat de man zich terugtrekt. Dit klopt ook met onze eigen ervaring in de afgelopen 10 jaar dat we relatiebegeleiding geven. Waarom dit verschijnsel optreedt wordt door EFT verder niet behandeld. Er komen ook andere combinaties van interactiepatronen voor maar in het kader van dit artikel gaan we daar verder niet op in.

 

EFT begeleidingswijze

De werkwijze van Susan Johnson bestaat eruit dat zij het paar allereerst een uiterst veilige omgeving biedt tijdens de begeleiding. Dit wordt nodig geacht om bij de cliënt de noodzakelijke afstand tot de heftige emotionele ervaringen te creëren. Kernpunt van de begeleiding is het consequent valideren van de beide partners in hun reacties en hun emoties. Door uitermate geduldige en precieze spiegeling kan de cliënt stilstaan bij hoe het hier en nu is. Allereerst wordt dan vastgesteld wat het belangrijkste negatieve interactiepatroon is waar de partners steeds weer in verzeild raken. Ieders rol en positie binnen dat interactiepatroon wordt vastgesteld en gevalideerd. Er wordt benadrukt dat vanuit jouw waarneming en ervaring je reactie logisch is en misschien wel levensreddend is geweest, het is dus nooit verkeerd. Het is bijvoorbeeld logisch dat iemand vanuit overlevingsdrang boos en dwingend wordt, of zich terugtrekt en niks meer zegt.

Niet de partners dragen schuld maar het negatieve interactiepatroon wordt door EFT tot de gezamenlijke ‘vijand’ verklaard.

Daarna kan de begeleider door de validerende spiegeling elke partner de onderliggende emoties laten ervaren in het hier en nu. Belangrijk is dat deze emoties relationeel gemaakt worden. Heel vaak en steeds weer opnieuw wordt de partners gevraagd de emoties en verlangens hardop naar elkaar uit te spreken, ook als de therapeut ze al vaak benoemd heeft. Want het gaat niet alleen maar om een cognitieve onderkenning van deze emoties. Alleen het daadwerkelijk in het hier en nu ervaren van de emoties in relatie geeft een nieuwe ervaring; ervaren is weten zonder woorden! De onderliggende emoties zijn het gevolg van de weggestopte hechtingsverlangens en angsten, gekoppeld aan de vaak beangstigende of schaamtevolle aannames over zelf en ander. ‘Je eist de ander op omdat hij zo belangrijk voor je is, je hebt hem nodig.’ ‘Je trekt je zo terug omdat de ander zo belangrijk voor je is, je wilt de relatie niet schaden en je bent bang dat de ander weg zal lopen als je zegt wat je nodig hebt. Je bent bang dat je nooit zal kunnen voldoen.’ De begeleider helpt elk der partners bij het verruimen en reorganiseren van zijn innerlijke ervaring.

Het uitdrukken van de verlangens naar de partner (de hechtingsfiguur) tegelijkertijd met het ervaren van de bijbehorende emoties, creëert impliciet een nieuwe ervaring van het zelf op het aspect waar dit vroeger gestagneerd is geraakt. Tegelijkertijd ontstaat een nieuwe manier van relateren met de partner. Mede door de begeleiding resulteert dat in een positievere reactie van de partner. Deze  nieuwe ervaring zet de gestagneerde ontwikkeling van het zelf weer in beweging . Meerdere van dit soort ervaringen in de sessies maken dat dit zelf zich verder ontwikkelt; het wordt een meer ‘volwassen’ zelf. Dit is in staat het oorspronkelijk negatieve interactiepatroon te doorbreken en dit blijkt ook in de dagelijkse omstandigheden zoals thuis zonder begeleiding mogelijk. Partners zijn beter in staat hun onderlinge verschillen en geschillen te verduren en op te lossen, omdat ze meer in contact gekomen zijn met hun voorheen weggestopte onderliggende emoties die daardoor hun dwingende rol niet meer zo kunnen uitoefenen.

 

Hoewel beide partners bovenstaand verdiepingproces moeten ondergaan, gaat EFT uit van het feit dat het beter werkt als diegene die zich terugtrekt dit als eerste doet. (S. Johnson zegt hierover dat er weinig  relatie ervaren kan worden als de terugtrekker ‘er niet is’). De terugtrekker gaat daarbij zijn angsten en verlangens in de relatie met de partner brengen. Als hij dat doet is hij a

 
31-07-2009
Zijnsoriëntatie: Van neuroot naar boeddha?


Artikel geschreven door Arianne Collee ten behoeve van publicatie in het tijdschrift Jonas.

Zijnsoriëntatie: Van neuroot naar boeddha?


Herkennen wie je ten diepste bent en dat tot uitdrukking brengen in de wereld. Dat is het doel van de 'bewustzijnstrainingen' aan de School van Zijnsoriëntatie die in 1985 door Hans Knibbe opgericht werd. Knibbe's visie is inmiddels zeer populair. Onder zijn studenten tref je mensen van diverse pluimage: van (ex)boeddhisten tot antroposofen. Maar, wat behelst nu eigenlijk zijn visie en wat maakt Zijnsorientatie aantrekkelijk?

Stel je voor: je stapt een ruimte binnen in de School voor Zijnsoriëntatie en er is een kennismakingsworkshop aan de gang. De deelnemers staan er stuk voor stuk als vreemde gedrochten bij. Hooghartig of angstig of grimmig of misprijzend, maar allemaal uitermate verkrampt. Dan vraag je je toch op zijn minst af wat die mensen aan het doen zijn. Het antwoord? Ze beelden hun 'dagelijks zelf' uit...

In Zijnsoriëntatie worden drie 'perspectieven' onderscheiden van waaruit een mens zich op de wereld kan oriënteren. Een van die perspectieven is het 'dagelijks zelf', dat is gaan staan naar - zoals dat in zijnsoriëntatie-termen heet - 'het huis van de ouders'. Naar wat je vroeger allemaal gemist hebt en alsnog 'dwangmatig en verkrampt probeert te krijgen. Je 'kleinere ik' zeg maar, dat van nature niet ruimhartig en liefdevol is, maar gericht is op het aanvullen van tekorten, op het beter krijgen (eindelijk contact, gezien, gerespecteerd, gesteund, etc.). Het 'kleiner ik' dat vanuit een 'armoedebewustzijn' handelt, heeft tekort als uitgangspunt: Zoals het nu is, is het niet goed genoeg.

De geest krijgen

Het tweede perspectief van waaruit een mens de wereld kan ontmoeten, is voor de meeste mensen wat minder gewoon en misschien nog het beste te illustreren aan de hand van een visualisatieoefening die regelmatig terugkomt in workshops en trainingen Zijnsoriëntatie. Deelnemers wordt gevraagd 'het huis van Zijn' te visualiseren en vervolgens een Gestalte wier kwaliteiten overeenkomen met de inspirerende kwaliteiten van 'het huis van Zijn'. De Gestalten die mensen dan ontmoeten, blijken vaak de vorm te hebben van een wijze man of vrouw (maar ook weleens van een dier of een dwerg bijvoorbeeld) met kwaliteiten als warmte, straling, lichtheid, vrolijkheid, gelijkmoedigheid en natuurlijke kracht. Het visualiseren van het huis van Zijn en de bijbehorende Gestalte, blijkt een doeltreffende manier om af te kunnen stemmen op het onalledaagse - in Zijnsoriëntatie-termen- 'Spirit-perspectief én daarmee op je 'grotere ik' dat in de Gestalte belichaamd wordt. En dat 'grotere ik', dat door zijnsgeoriënteerden ook wel de 'wijsheidsgeest' genoemd wordt, blijkt dan voor de meeste mensen in zekere zin toch wel vertrouwd te zijn. Want bijna iedereen kent van die - spaarzame - momenten: Je voelt je ruimer dan gewoonlijk, hebt een liefdevolle blik op jezelf en de wereld en beschikt ineens over een grote dosis wijsheid. Je 'hebt de geest'.

Rusten in zijn

En dan is er nog het derde niveau van waarnemen: het 'Zijnsperspectief'. Dat perspectief laat zich nog het moeilijkste beschrijven, maar is veel mensen wél bekend. Het kan je soms 'overkomen' als je getroffen wordt door grote schoonheid, bijvoorbeeld in de natuur. Dan kan je waarneming ineens 'vrij' zijn. Je kijkt met je hart, zit in het hart van het leven. En je voelt dat je onderdeel van een immens geheel bent. Of beter gezegd: je gaat er in op. Je 'rust' voor een moment 'in zijn'. Inherent aan die dimensie is een onverklaarbare blijheid, liefde en geluk. Die kwaliteiten hoeven niet 'veroverd' te worden (zoals het dagelijks zelf denkt): de rijkdom is er al…

Maar, doorgaans zijn mensen dus anders - armoediger - georiënteerd. En het doel van Zijnsoriëntatie is de rijkdom en de onbevangenheid die je ervaart vanuit het Spirit- en Zijnsperspectief in je dagelijkse leven te integreren. Hans Knibbe zelf noemt zijn school dan ook wel 'een school voor levenskunst': "Want je kunt er leren om een liefdevoller en rijker mens te worden."
Geïnspireerd door de 'spirit', die je telkens weer kunt oproepen via de Gestalte, kan je als student bij de School voor Zijnsoriëntatie leren je spirituele kwaliteiten te integreren in het dagelijkse leven.

Alles is één

Knibbe is van huis uit psycholoog en psychotherapeut. In de jaren '70 maakte hij niet alleen kennis met de mogelijkheden van allerlei vormen van therapie, maar ook met de mogelijkheden en de kracht van meditatie. Hij ging op zoek naar een stroming die zowel de psychologische als de spirituele dimensie in zich droeg, maar kon die niet vinden en besloot die zelf te gaan ontwikkelen. Knibbe oriënteerde zich daarbij op een non-duale visie op de werkelijkheid (het derde perspectief): Alles is één. "Het is ons dagelijks bewustzijn dat dualisme construeert. Vergelijk de wereld met een grote zee. Alle vormen die we in de wereld waarnemen zijn golven in die zee. Wij denken met zijn allen dat we afgescheiden zijn van die grote zee, van het goddelijke. Maar alle aspecten van ons zijn goddelijk. Het grote heeft zich klein gemaakt in ons dagelijks zelf. We zijn net als het lelijke eendje in het gelijknamige sprookje vergeten dat we eigenlijk zwaan zijn. We worden als zwanenei in een eendennest geboren. Ons dagelijks zelf is niet wie we zijn; het is onze lelijke-eend-versie. Ergens in ons is er een weten dat we onproblematisch, stralend en heilig zijn. We dragen een herinnering van het goddelijke in ons, maar meestal hebben we geen contact met dat deel van ons. Behalve op speciale momenten. In de Zijnsoriëntatie roepen we mensen op zich te herinneren dat ze zwaan zijn en zich ook als zodanig te gedragen. Het goddelijke herkennen en tot uitdrukking brengen in de wereld: Je licht laten stralen op de aarde.
Op weg daar naar toe moet je afscheid nemen van je 'bekende landschap', van je wens om van je problemen af te komen en om dat wat je ooit tekort gekomen bent alsnog te krijgen. Want dan ben je op een 'eendenmanier' bezig zwaan te willen leren worden. En dat werkt niet.

Hoogste spirituele kwaliteiten

Knibbe legt uit dat de drie perspectieven die in Zijnsoriëntatie een essentiële rol spelen, in allerlei culturen terug te vinden zijn: "Het goddelijke beginsel aan de ene kant, de vorm aan de andere kant en de boodschapper daartussen, tref je bijvoorbeeld ook in het Christendom aan. God als beginsel, de zoon als vorm en de heilige geest daartussen. Het spiritniveau is dus te vergelijken met de heilige geest. Een vormend creatief beginsel wat zowel communiceert met de oergrond zelf als met de vorm, de incarnatie. Het zit tussen de incarnatie en de oergrond in. Normaal gesproken is onze geest gebonden aan de vorm, het dagelijks zelf, maar als je leert losser te zijn van de dwangmatigheid daar en je liefdevol en devotioneel richt, dan maak je steeds makkelijker contact met de spiritwereld. Die wereld blijkt een heel eigen bestaansniveau te zijn dat zich kenmerkt door licht, genade, gelukzaligheid en een groot gevoel van wijsheid en mededogen. De hoogste spirituele kwaliteiten van de mens vind je op dat niveau en in het maken we daar in meditaties en visualisaties contact mee. "


De kracht van Zijnsoriëntatie

Zijnsoriëntatie is populair. Op de laatste kennismakingsworkshop kwamen ruim zestig mensen af en een bijna even groot aantal schreef zich in op de onlangs gestarte driejarige Zijnstraining. Voor deze populariteit heeft Knibbe verschillende verklaringen: "Allereerst heeft het met kwaliteit te maken. De kwaliteit van de spirituele verwoording bijvoorbeeld. Zonder dat je spiritueel geschoold bent, kun je toch herkennen waar we het over hebben, want de terminologie is ervaringsnabij. Verder ervaren deelnemers de methodiek en de begeleiding als zeer zorgvuldig en genuanceerd en is er een uitgebreide en degelijke theoretische onderbouwing van de visie. Bovendien is de methode veelzijdig, omdat hij open staat voor alles aspecten van ieders wezen: we werken op het psychologische niveau, we maken de 'spirit' wakker en er is een voortdurende training op het non-duale niveau. Bij een gewone therapeut moet je je spirit achterhouden om je over je psyche te buigen, en als je je op een spiritueel pad begeeft, moet je vaak je psyche achterlaten.
En misschien voelen mensen zich hier ook wel thuis omdat we niet ideologisch zijn. We doen geen uitspraken over hoe de wereld en het leven in elkaar zit. We gaan niet uit van openbaringen of zieners. In die zin zijn we heel modern: Zijnsoriëntatie is een weg van zelfonderzoek. We zijn dus heel empirisch bezig."

Kadertekst:

Zijnsgeoriënteerd begeleider Paula van Lammeren houdt zich al bijna 10 jaar bezig met Zijnsoriëntatie: "In die tijd is de basistoon van mijn leven totaal veranderd. Mijn vroegere leven was niet écht leuk. Er zat te weinig 'jus' in, het was een beetje zwaar. Mijn leven nu is lichter en tegelijk intenser. Ik heb meer vertrouwen gekregen in het leven, in anderen, in mezelf en laat me veel minder door mijn 'dagelijks zelf' sturen. Om zover te komen moest ik me wél eerst heel bewust worden van mijn 'psychologische gedoe'. Alleen al door dat bewustzijn heb ik een ruimere blik op het leven gekregen. Ik reageer als ik iemand hoor zuchten bijvoorbeeld niet meteen meer met de vooringenomenheid die ik gewend was vanuit het verleden. Mijn moeder zuchtte vroeger veel en dan wist ik: Oh, er is iets mis. Als ik nu iemand hoor zuchten, denk ik: Goh, wat zou er aan de hand zijn? Er is trouwens niks fout hoor aan het dagelijks zelf. Het is alleen te beperkt en daarom laat ik me er niet zomaar meer door leiden. Maar daar is noeste arbeid aan vooraf gegaan want ik heb - net als veel anderen - nooit geleerd om mijn inspiratie en zijnskwaliteiten vorm te geven. Ik heb juist geleerd die achter te houden. Zijnsoriëntatie gaat wat mij betreft over een houding van liefde voor de waarheid, voor het leven, precies zoals het is. De grote kracht voor mij is de 'geweldloosheid' van de visie: er valt niets te corrigeren."


Kadertekst:

Ontwerpster Ellen Zaeyen bezoekt sinds 2001 een zijnsgeoriënteerd begeleider: "Ik ben door mijn antroposofische huisarts verwezen. Die had zelf ervaring met Zijnsoriëntatie. Hij gaf me de keuze tussen een biografisch consulent en een zijnsgeoriënteerd begeleider. Ik had een burn-out met een depressie en mijn huisarts verwachtte dat als ik met een zijnsgeoriënteerd begeleider aan de slag zou gaan, ik een andere verbinding zou krijgen met mijn problematische verleden. En zou leren accepteren wie en wat ik ben. En zijn verwachting is uitgekomen. De Zijnsoriëntatie heeft me geholpen een aantal knopen in mijn leven te ontwarren. Het mediteren en het oproepen van de Gestalte, brengt me heel veel. Ik zie het als zelfopvoeding. Voor mij zit het de antroposofie, die een belangrijke rol in mijn leven speelt, helemaal niet in de weg. Integendeel. Wat in Zijnsoriëntatie de Gestalte genoemd wordt, heet volgens mij in de antroposofie het hogere ik-wezen. Het mooie van Zijnsoriëntatie is dat dat wezen niet ver weg is, maar dat je dat elk moment van de dag naar je toe kunt halen. Ik probeer, bij wijze van spreken iedere minuut, te leven vanuit de Gestalte. In een conflictsituatie met een van mijn kinderen, kan ik reageren vanuit mijn neurotische zelf, en dan krijg je een hoop gedoe en gekissebis, maar ik kan ook vanuit de Gestalte naar de situatie kijken. Met mededogen naar mezelf en de ander. En dan kan ik mezelf de vraag stellen wat ik nu eigenlijk echt wil.
Dat je dat hogere zelf in het gewone leven kan brengen heeft mij een nieuwe verbinding met de antroposofie gegeven. Voor mij is dat levende antroposofie. Het dagelijks zelf staat voor mij gelijk aan wat antroposofen 'het astrale ik' noemen. Ik had begeleiding nodig bij het opruimen van allemaal 'astrale rommel'. En ik vind het zo mooi dat het 'begeleiding' en geen 'therapie' heet, want je bent gezond, mét je astrale gedoe. Je kunt nog zo neurotisch zijn, maar je kern, je spirit, is onbeschadigd.
Sinds ik ziek ben geweest, heb ik heel wat doorgeworsteld en de bodem van de put echt wel gezien, maar ik ben nu dichter bij mezelf dan ik ooit geweest ben. Zoals ik bedoeld was, zo probeer ik nu te leven. Dat je in Zijnsoriëntatie leert met mededogen te kijken, is voor mij een Christuservaring. Christus oordeelt niet. Vanuit de Zijnsoriëntatie mag alles er zijn, ook het lelijke, ook de onmacht. Je hoeft het leven niet goed of af te keuren.


Verder lezen:

Rusten in zijn, Hans Knibbe, uitgeverij Servire
Geïnspireerd leven en werken, P. van Lammeren en R. van Rijsewijk, uitgeverij Servire
Meer informatie over de School voor Zijnsoriëntatie: www.zijnsorientatie.nl of bellen naar: 030-2316513